Onderzoeksrapport · Generatieve AI in het Nederlandse MKB

De technologie is niet langer de drempel. De organisatie wel.

Het Nederlandse MKB experimenteert volop met generatieve AI, maar maakt het zelden onderdeel van het dagelijkse werk. Dit onderzoek brengt in kaart welke factoren de intentie om GenAI te adopteren écht verklaren — en welke veelgenoemde factoren er niet toe blijken te doen.

Op sociale media lijkt het alsof elk bedrijf AI al volledig heeft ingezet. Maar is dat ook zo? En waarom lukt het het ene bedrijf wél om het toe te passen, en het andere niet? Die vragen waren de aanleiding voor dit onderzoek.

Managementsamenvatting

In het kort.

Kernbevindingen

  • Slechts 2,1% van het Nederlandse MKB heeft generatieve AI volledig geïntegreerd; ongeveer 88% blijft hangen in losse experimenten of gedeeltelijk gebruik.
  • Van de elf onderzochte factoren hangen er drie samen met adoptie-intentie — één per dimensie: een duidelijk waargenomen voordeel, het toepassingsvermogen van medewerkers (de sterkste) en concurrentiedruk.
  • Veelgenoemde factoren — steun van de directie, data- en infrastructuurgereedheid en regelgeving — laten géén meetbaar verband zien.
  • Ook het absorptievermogen van de organisatie speelt geen rol, en versterkt de organisatiefactoren niet.

Aanbevelingen

  • Investeer in het toepassingsvermogen van mensen — niet in nóg meer bestuurssteun of budget; die zijn er meestal al.
  • Maak het voordeel concreet met een handvol pilots op waardevolle use-cases, en maak de winst zichtbaar.
  • Vertaal de gevoelde concurrentiedruk naar een eigenaar mét mandaat en budget.
88%
blijft steken in experimenteren of gedeeltelijk gebruik
2,1%
heeft GenAI volledig geïntegreerd in de bedrijfsvoering
3
van de elf onderzochte factoren bleken bepalend

01 · Marktbeeld

Iedereen experimenteert. Bijna niemand integreert.

Waar staan Nederlandse MKB-bedrijven vandaag met generatieve AI?

Bekend, maar (nog) niet in gebruik9,6%
Individuele medewerkers experimenteren43,8%
Structureel in één of meer processen44,5%
Volledig geïntegreerd in de bedrijfsvoering2,1%

Bijna negen op de tien bedrijven blijft hangen tussen losse experimenten en gedeeltelijk gebruik. Volledige, organisatiebrede integratie is bij ongeveer één op de vijftig bedrijven bereikt — precies daar waar de waarde zit, en waar het echte werk begint.

Figuur 1 · Huidige adoptiefase van generatieve AI in het Nederlandse MKB.

02 · Wat drijft adoptie

Van elf factoren geven er drie de doorslag.

Samen verklaren de onderzochte factoren ruim een derde van de verschillen in adoptie-intentie. Maar het gewicht ligt bij drie — precies één in elke dimensie van het TOE-raamwerk.

Technologisch

Waargenomen voordeel
aantoonbaar
Compatibiliteit
Data & infrastructuur
Waargenomen complexiteit

Organisatorisch

Toepassingsvermogen medewerkers
sterkste verband
Resource-orchestratie
Steun van de directie
Digitale cultuur

Omgeving

Concurrentiedruk
aantoonbaar
Klantdruk
Steun vanuit regelgeving

Figuur 2 · De relatieve invloed van de elf onderzochte factoren op de intentie om GenAI te adopteren. Hoe langer de balk, hoe sterker het verband; balken naar links wijzen op een remmend verband. aantoonbaar verband   geen aantoonbaar verband. Gebaseerd op 147 Nederlandse MKB-bedrijven.

De drie die het verschil maken

TechnologischT

Een duidelijk voordeel

Bedrijven willen GenAI adopteren wanneer ze er een helder voordeel in zien tegenover hoe ze het nu doen. Geen abstracte belofte — een concreet, zichtbaar voordeel.

OrganisatorischSterkste factor

Mensen die het kúnnen toepassen

De sterkste voorspeller: of medewerkers gezamenlijk in staat zijn de technologie op echte bedrijfsproblemen toe te passen. Niet of de tool er is — of de organisatie er mee overweg kan.

OmgevingE

Voelbare concurrentiedruk

Bedrijven die de hete adem van concurrenten voelen, hebben een sterkere intentie om te adopteren. De markt duwt — maar die duw vertaalt zich nog niet vanzelf naar actie.

Alle gerapporteerde effecten zijn klein, maar consistent. Het onderzoek is cross-sectioneel: het beschrijft samenhang op één moment in de tijd, geen bewezen oorzaak.

03 · Tegen de verwachting in

Drie aannames die sneuvelden.

Een aantal factoren waarvan vaak wordt aangenomen dat ze doorslaggevend zijn, lieten in dit onderzoek geen meetbare samenhang met de adoptie-intentie zien.

geen effect

Steun van de directie

Bijna elk bedrijf had die al. Juist daarom onderscheidde het koplopers niet van achterblijvers — bestuurssteun was vrijwel universeel.

geen effect

Data- en infrastructuur-gereedheid

Speelde in deze vroege fase (nog) geen rol in de intentie. Het gemak van experimenteren maskeert hoeveel data- en integratiewerk er later alsnog ligt.

geen effect

Steun vanuit regelgeving

Geen meetbaar effect op de intentie — terwijl regeldruk juist bij opschaling vaak de echte rem wordt.

geen effect

Absorptievermogen

Het vermogen om nieuwe kennis op te nemen gaf geen directe push — en versterkte de organisatiefactoren ook niet, zoals vooraf werd verwacht.

Lees dit goed: dit betekent niet dat deze factoren onbelangrijk zijn — alleen dat ze in dit stadium en deze steekproef geen koplopers van achterblijvers onderscheidden.

Bij opschaling naar dagelijks, organisatiebreed gebruik komen data, integratie en governance alsnog hard binnen. Wie nu enkel op experimenteergemak afgaat, onderschat het werk van de uitrolfase.

04 · Aanbevelingen

Drie dingen waar een MKB-directie op kan sturen.

01

Investeer in het kunnen van je mensen

De rem is niet het budget en niet de bestuurssteun — die zijn er meestal al. Het is of medewerkers GenAI daadwerkelijk weten in te zetten. Gerichte training, bijscholing en simpelweg tijd om te oefenen zijn de hefbomen die het verschil maken.

Eerste stap: kies één team, geef ze een paar uur per week en een concreet probleem om GenAI op los te laten.

02

Maak het voordeel concreet

De intentie loopt gelijk op met een helder waargenomen voordeel. Begin daarom met een handvol waardevolle use-cases en maak de winst zichtbaar — in plaats van breed, vaag en overal tegelijk te starten.

Eerste stap: selecteer twee of drie use-cases met meetbare winst en zet er een pilot van zes weken op.

03

Vertaal marktdruk naar een eigenaar én een budget

De concurrentiedruk wordt al gevoeld, maar zelden omgezet in een duidelijke opdracht. Daar voegt leiderschap waarde toe: niet in algemene steun — die is er — maar in het benoemen van een eigenaar en het financieren van het opbouwen van vaardigheid.

Eerste stap: wijs één directielid aan als eigenaar, met mandaat en een geoormerkt budget.

Voor beleidsmakers. Toegankelijke, op het MKB gerichte uitleg over de EU AI Act en de AVG zou de onzekerheid wegnemen die bedrijven voelen zodra ze van experiment naar opschaling gaan.

05 · Vooruitblik

Wat dit betekent voor 2026–2027.

Drie verwachtingen — onze lezing van de bevindingen, nadrukkelijk een verwachting en geen meting.

Verwachting01

Toepassingsvermogen wordt de schaarse factor

De tools zijn overal en kosten bijna niets. Mensen die ze op echte bedrijfsproblemen kunnen zetten zijn dat niet. Het verschil tussen experimenteren en integreren wordt de komende twee jaar zichtbaar in de resultaten.

Verwachting02

Het werk verschuift naar de uitrol

Data, integratie en beheer bleven in de experimenteerfase buiten beeld — precies daarom voelden ze niet als rem. Bij structureel gebruik bepalen ze wie kan opschalen en wie blijft steken.

Verwachting03

Regelgeving wordt voelbaar

De EU AI Act werd in dit onderzoek nog nauwelijks als rem ervaren. Dat verandert zodra het gebruik organisatiebreed wordt. Wie governance vroeg regelt, schaalt straks sneller — niet langzamer.

Zelfscan

Waar staat uw bedrijf?

Zes stellingen langs de drie factoren die het verschil maken. Twee minuten, geen e-mailadres nodig — de uitkomst blijft op uw scherm.

We hebben twee of drie plekken benoemd waar GenAI ons aantoonbaar tijd of geld oplevert.

De opbrengst van onze experimenten wordt gemeten, of in elk geval intern gedeeld.

Onze medewerkers passen GenAI toe op echt werk — niet alleen om het uit te proberen.

Medewerkers krijgen tijd en training om ermee te leren werken.

GenAI heeft bij ons een eigenaar: iemand met mandaat en budget.

Wat concurrenten met AI doen, komt bij ons op de directietafel.

0 van 6 beantwoord

Over dit onderzoek

Het onderzoek toetst elf factoren op bedrijfsniveau binnen het Technology–Organization–Environment-raamwerk, op basis van een vragenlijst onder senior beslissers in het Nederlandse MKB (10–249 FTE). De resultaten beschrijven samenhang op één meetmoment — geen oorzaak — en de ondersteunde effecten zijn klein. De steekproef leunt wat zwaarder naar ICT, industrie en zakelijke dienstverlening dan het MKB als geheel.

147 bedrijven · TOE-raamwerk · PLS-SEM · cross-sectioneel · Nyenrode Business Universiteit · 2026

Waarom dit ons bezighoudt

Het model is niet de bottleneck. De organisatie eromheen wel.

Bij RepliKate zien we elke dag wat dit onderzoek laat zien. De vraag is zelden of een model iets kán — het is of een organisatie het veilig, herhaalbaar en in control kan toepassen. Daar zit het echte werk: niet in de demo, maar in de uitrol.

Daarom bouwen we hoogwaardige AI-software die je in eigen huis houdt — soeverein, EU-gehost, met de hele lifecycle van bouwen tot beheren onder controle. Geen magie-praat, wel vakwerk. We zijn realisten: eerlijk over wat AI kan, en wanneer het niet de juiste oplossing is.

— Robin van BreukelenFounder, RepliKate

Wil je een keer doorpraten over dit onderzoek? Of benieuwd wat het voor jouw organisatie betekent?

robin@replikate.nl · 06 232 259 42

Robin van Breukelen, founder van RepliKate

Onderzoek: Robin van Breukelen — Master of Business Administration, Nyenrode Business Universiteit, 2026. De cijfers op deze pagina komen uit een steekproef van 147 Nederlandse MKB-bedrijven (cross-sectioneel). De ondersteunde effecten zijn klein en beschrijven samenhang, geen oorzaak.